Wij Nederlanders blijven toch een beetje zoetekauwen. De meest gekochte witte wijnen van het hier zo populaire Duitsland zijn zoetig. Dat ze kwalitatief hopeloos zijn, schijnt miljoenen landgenoten niet te deren.

Opvallend is dat ook in het segment ‘rood’ de suikerpot veelvuldig wordt gehanteerd. Diverse supermarkten hebben hun huiswijnassortiment uitgebreid met halfzoete versies. Bovendien doen veel zogenaamd rode wijnen van onder de vijf euro zoetig aan. Waar normaal dergelijk rood maximaal vier tot zes gram restsuiker per liter noteert, proef ik veel wijnen waar duidelijk wat schepjes bovenop zijn gedaan. De gedachte is dat dergelijk rood makkelijker is voor de wat minder gevorderde drinker. Het zoet verdringt de zuren, verjaagt de bittertjes en polijst de harde kantjes. Een allemansvriend is het resultaat.
In het kamp van de producenten van écht zoete wijnen overheersen echter zure gezichten. En dan heb ik het niet over de makers van flodderige Graves Supérieur, budget-Monbazillac of zoete Spanjaarden, maar over de châteaux die tekenen voor Sauternes en Barsac, het vloeibare goud van Bordeaux. Dit exquise zoete wit klaagt al jaren over het gebrek aan belangstelling.
Wie het wil schenken als begeleider van een voorgerecht, kan rekenen op boze blikken. Sauternes en Barsac vormen nu eenmaal een klassieke combinatie met een terrine van ganzenlever. En dat is sociaal niet meer gewenst. Bij het dessert pakken we tegenwoordig liever een fles moscato d’asti. Die is wat frisser, bruisender, voordeliger en kent ook een beduidend lager alcoholpercentage. Bovendien houdt de obesitasvrees potentiële drinkers op afstand: bij dit soort wijnen ligt het restsuikergehalte op ruim boven de tweehonderd gram per liter.
Nu versagen de Barsaccers en de Sauternisten overigens niet. Onder leiding van Bérénice Lurton-Thomas, die behalve president van de belangenvereniging van verzamelde producenten, ook eigenaar is van Château Climens, is een wereldtournee ophanden. Eerdaags wordt een equipe van jonge koks naar Quebec afgevaardigd om de Canadese gastronomen de brede inzetbaarheid van het zoete wit te tonen. Maar eerst wordt Nederland aangedaan.
Hier wordt vertrouwd op de kookkunsten van de witte brigade van restaurant Seinpost in Scheveningen en de combinatiecapaciteiten van maître Edwin van de Goor. Er verschijnen negen hartige gerechten op tafel geflankeerd door het zoete wit van de topdomeinen. En daar zit een aantal memorabele een-tweetjes tussen.
Mijn persoonlijke favorieten: geroosterde Noordzeetarbot met perzik, hazelnoot, saus van Hollandse geitenkaas en arganolie met Château Giraud 2002. Gepoêleerde kreeft, hachee van kreeft en rode biet met als begeleider Coutet 2004. En ontroerend lekker toonde zich het langzaam gegaarde nekstuk van Iberisch varken met -sorry, sorry! – saus van ganzenlever, gefermenteerde zwarte bonen, krentjes en abrikoos, vergezeld door Climens 1978.
Wat een weelde, wat een verdieping, wat een sensatie. Alsof het een samenzwering betreft, fluistert Van de Goor: ”Je mist toch totaal de rode wijn niet?” En hij heeft gelijk.
Op weg naar huis besluit ik onmiddellijk mijn voorraad Sauternes aan te vullen en om mevrouw Hamersma eens in de kookboeken te laten neuzen. Bij De Gouden Ton vind ik een verrukkelijke, relatief sympathiek geprijsde Fleur d’Or 2006 (€ 19,95). Die is gemaakt door Bill Blatch, een Bordeaux-handelaar die nu nog zijn druiven koopt van gereputeerde domeinen, maar ervan droomt om in Sauternes ooit eens een eigen domein te kopen. Doen, Bill! Nu Sauternes het over een andere boeg gooit, zal er weer volop van gedronken worden. (HAROLD HAMERSMA in het PAROOL)

Popularity: 11% [?]