Eiswein, de edelzoete wijn uit Duitsland, veelal gemaakt van de Rieslingdruif, wordt in Nederland slechts sporadisch gedronken. De reden daarvoor is de complexe manier van produceren, het lage rendement en het grote risico op mislukking.
Eiswein wordt gemaakt van druiven welke pas geplukt worden als het minimaal -7 C gevroren heeft. Hierdoor ontstaan er ijskristallen in de druif, terwijl de suikers en de rest van het sap niet bevriezen. Er ontstaat vervolgens een veel zoeter en dikker sap, dat vervolgens langzaam vergist wordt. Het rendement is veel lager dan bij druiven waarbij de ijskristallen niet gefilterd worden. Er is echter een grote kans dat de druiven zo lang aan de ranken hangen, dat deze verschimmelen of verrotten. De prijs van Eiswein stijgt hierdoor gigantisch, een lage opbrengst plus de kans op verrotting maakt dat een klein flesje al snel 20 euro of meer kost.
Eiswein is een zeer delicate wijn, waarbij immer gezocht wordt naar een goede balans tussen frisse zuren en het zoet. Daardoor kan het prima als aperitief gedronken worden, maar ook als begeleider van zoete desserts.
Popularity: 18% [?]









Na het klaren vind de alcoholische vergisting plaats, de transformatie van most in wijn. Tijdens deze vergisting worden de suikers in de most door gist omgezet in alcohol en koolzuur. Op de druif zitten natuurlijke gisten, maar omdat de schillen voor witte wijn vaak verwijderd worden, wordt er gist toegevoegd. Tegenwoordig gebruikt men steeds vaker gekweekte gisten. Deze in laboratoria gekweekte gisten zijn stabieler en meer voorspelbaar dan natuurlijke gisten, waardoor de vinificatie beter te controleren is en de wijn van hogere kwaliteit zal zijn.
Het alcoholpercentage in ‘gewone’ wijnen zal nooit uitkomen boven circa 15 procent omdat de gistcel dan sterft en geen alcohol meer kan produceren. Toch zijn er wijnen die meer alcohol hebben, dit zijn versterkte wijnen zoals port en sherry. Van oudsher waren wijnen niet lang goed te houden door de hoge temperaturen rond de Middellandse zee. Om deze reden is begonnen met het versterken van wijnen. Alcohol is samen met suiker een goede conservator. De versterkte wijnen danken hun zoetheid niet aan toegevoegde suikers, maar aan toegevoegd alcohol. Door in een vroeg stadium van de vergisting wijnalcohol toe te voegen, sterven de gistcellen. Deze kunnen dan geen suiker meer omzetten in alcohol, waardoor er restsuikers in de wijn blijven en deze zoeter is dan gewone wijn.


